Al een aantal jaren is er verandering gaande in de bouw: de samenwerking tussen partijen verbetert gaandeweg, deze samenwerking wordt transparanter, er zijn andere vormen van aanbesteding in ontwikkeling, er is behoefte om de kwaliteit/prijs-verhouding een veel belangrijkere rol te laten spelen, etc.
Daarnaast horen we de laatste jaren ook steeds meer berichten over problemen zoals het broeikaseffect, het stijgen van de zeespiegel, wateroverlast, hoge olieprijzen, mobiliteitsproblemen, problemen in de grote steden, ... Heel wat mensen in Nederland zoeken naar oplossingen voor deze problemen. Dat deze oplossingen er niet zullen komen zonder dat de Nederlandse samenleving op een aantal punten grondig verandert, is ondertussen wel al duidelijk. De bouw, met name alle mensen die rechtstreeks of onrechtstreeks betrokken zijn bij de bouwpraktijk, is een centrale speler in deze samenleving. Dat ook de Nederlandse bouw zal moeten veranderen lijkt dus onvermijdelijk.
Maar is het echt zo noodzakelijk dat de huidige bouw verandert? Is de huidige bouw dynamisch, ondernemend en innovatief genoeg om mee te zoeken naar een antwoord op de ook bouwgerelateerde problemen waar Nederland nu en in de toekomst mee te maken krijgt? Of is er sinds de bouwfraudezaak eigenlijk nog niet zo veel veranderd?
Je kan natuurlijk niet zomaar praten over veranderen. Veranderingen binnen de bouw bijvoorbeeld hebben pas zin wanneer ze allemaal samen leiden naar een gewenst eindresultaat.